Op zoek naar authenticiteit
 
 

Door: Vera Van den Berghe
Gepubliceerd in 'Danspunt', september 2005

 

Hoe belangrijk zijn cultuur, achtergronden, betekenissen, uiterlijke kenmerken in de techniciteit van een dans? Waarin ligt de ziel van de dans? Hoe gaan we om met een ‘andere’ cultuur of kunst? Nu werelddans zo ‘in’ is zeker geen overbodige vragen.
Als buikdanseres begeef ik me sinds vele jaren op dit moeilijke maar zo verrijkende pad van ontmoeting en avontuur. Een kleine impressie onderweg:

Artiesten die zich geroepen voelen een ‘exotische’ kunst te beoefenen en door te geven botsen onvermijdelijk op enkele grote vragen.
- Hoe moeten we omgaan met een dans uit een andere cultuur?
- Hoe moeten we onze liefde, respect, enthousiasme vertalen in dans?
- Wat is eigenlijk de essentie van deze dans?
Wat is authenticiteit als je als westerse vrouw een oosterse dans beoefent? Je volledig inleven in de andere cultuur? Jezelf verliezen? Of moet je de dans ‘vertalen’ naar westerse waarden, ontdoen van al te exotische details?

Op zoek naar een ziel in ons lichaam

Oriëntaalse dans kent vandaag, zoals vele ‘exotische’ kunsten een enorm succes. Velen snakken naar wat nog ‘echt’ lijkt, eenvoudig, vanuit het hart, vitaal, geaard. Velen verlangen naar een cultuur waar de dans nog deel uitmaakt van het gewone dagelijkse leven, waar dans en muziek verbonden zijn met de ziel van de gewone mens.
Buikdans brengt mensen op een heel directe manier in contact met de aarde, met bezielde lichamelijkheid. Het is een feest van harmonie: tussen lichaam en ziel, tussen mens en samenleving. De dualiteit die ons westerlingen zo kwelt lost spontaan en onmiddellijk op in muziek en beweging, op een heel menselijk, bijna voor iedereen direct bereikbaar niveau. In de buikdans vinden wij opnieuw een thuis in ons lichaam, we’herontdekken’ als het ware onze eigen werkelijkheid. In de dans vinden we onze ziel. We ‘dalen’ in ons lichaam.

Essentie en uiterlijkheden

Maar wat moeten we precies leren als we willen buikdansen? Wat maakt buikdans tot buikdans? Het bewegingspatroon, de ‘passen’, de richting van de energie, de wijze waarop de ruimte wordt gebruikt, de communicatie tussen dansers, de communicatie met het publiek, het verhaal/de emotie? En hoe belangrijk zijn aankleding, enscenering, concrete gebaren, tradities? Er bestaat voor buikdansen geen canon, geen regels, geen eenduidigheid over de dansstijlen, energieën, bewegingen, betekenissen.
Hoever gaan we ons onderdompelen in betekenispatroon, bewegingen, cultuur? Zullen we ons volledig assimileren of gaan we een dialoog aan?

De dans verwestersen

Westerlingen zijn erg bedreven (al is het meestal onbewust) in het recupereren, het eigen maken van uitheems cultuurgoed. Omdat we moeilijk kunnen leven met wat we niet begrijpen, halen we ‘het andere’ naar ons toe, binnen ons betekenispatroon. Zo is westerse buikdans dikwijls een dansende vorm van Oriëntalisme.
Een andere valkuil bij buikdansen is doelgerichtheid; de dans ten dienste stellen van je behoeftes, je ego: buikdansen om ‘in je bekken te komen’, te aarden, assertiever te worden, je vrouwelijke kracht te ontwikkelen, te schitteren... Dit gaat voorbij aan de artistieke essentie van de dans. Het stelt de nevenaspecten, datgene wat je krijgt als je de dans dient, als voorwaarde en doel bij het beoefenen ervan.

Je verliezen in exotisme en anekdotiek

Het beoefenen van een dans uit een andere cultuur brengt onzekerheid mee over cultuur en bewegingsbasis. Het is vanuit die onzekerheid dat we ons soms vastklampen aan uiterlijkheden.
Die behoefte aan uiterlijkheden geldt niet alleen voor ons dansers, maar ook voor het publiek. Een westers publiek gaat dikwijls - vanuit haar eigen onzekerheid - af op het uiterlijk, en ziet het liefst een ‘exotisch’ ogende buikdanseres.
Sommige ‘wereldkunst-beoefenaars’ wijzen onbewust hun eigen cultuur af om de andere te omhelzen. Ze gaan volledig op in hun ‘nieuwe’ cultuur en omhelzen elk nieuw gebaar, nieuwe mode, nieuwe stijl.
Sommigen bestuderen de dans met een zeer westerse grondigheid, elk detail moet precies en juist zijn, wat dan weer voorbijgaat aan de zo typische ‘zijnskwaliteit’ van de dans.
Hoe het ook zij: overdadige anekdotiek wordt gewoonlijk niet echt gewaardeerd, noch door een westers publiek (zij verkiezen meestal het origineel) noch door de originele beoefenaars: zij wensen niet nagebootst te worden.
Naar mijn gevoel is het zich verliezen in anekdotiek en uiterlijkheden net zo goed een vorm van recuperatie. Door alle aandacht te geven aan uiterlijke details ontstaat er een soort oriëntalistische poppenkast die de enorme diepgang van de dans verhult, voor toeschouwers én voor onszelf. Daardoor doen we zowel de dans als onszelf tekort.

Ontmoeting tussen culturen

Rijkdom ontstaat in de stiltes, in het echte luisteren naar elkaar. In een dialoog tussen twee culturen. Een echte dialoog tussen een westerse vrouw en een oosterse dans begint bij de erkenning van de eigen cultuur. Vanuit die erkenning kunnen we een andere cultuur ook als wezenlijk anders zien, ernaar luisteren, ermee praten, er ons door laten verwonderen, er ons in spiegelen. De ontmoeting wordt echt rijk als we blijven luisteren, de dialoog een dialoog laten zijn, waarbij we de andere niet naar ons toehalen, maar er ook niet door opgezogen worden.
Oosterse artiesten zijn soms buitengewoon enthousiast over westerse experimenten met ‘hun kunst’, zij juichen een nieuwe wind toe. Het is aan ons om met veel liefde, respect en schroom te werk te gaan. De essentie doorvoelen, maar je eigenheid bewaren, lijkt me een mooi motto voor deze tocht.

 
 
belly-thinking, mind-feeling / denken met de buik, voelen met het verstand
 
home | ©2006 Philip Demeester & Amana Dance Theatre